Pensioen: hoe ziet het nieuwe stelsel eruit?

Het kabinet en de sociale partners hebben deze zomer een nieuw pensioenakkoord gesloten. Het nieuwe stelsel wordt transparanter en persoonlijker. PM-adviseur Jannette Eilander neemt de belangrijkste wijzigingen met je door.

Met het sluiten van het pensioenakkoord op 4 juli 2020 is een belangrijke stap gezet op weg naar een nieuw pensioenstelsel. Een stelsel dat transparanter is, want je krijgt duidelijker inzicht in je opgebouwde vermogen. Bovendien geeft het een realistische verwachting en biedt het meer perspectief op een koopkrachtig pensioen.

Drie afspraken

In de nieuwe situatie blijven de pensioenuitkeringen stabiel. Dat komt door drie afspraken:
1. Naarmate mensen ouder zijn, wegen de mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Pensioengerechtigden merken hier dus veel minder van dan jongeren. Jonge deelnemers kunnen beter gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en zijn daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.
2. Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren.
3. Een pensioenfonds houdt – naast het geld voor de pensioenen – een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Rendement en risico

De nieuwe solidaire pensioenregeling werkt niet meer met ‘pensioenaanspraken’. Daarom hoeven pensioenfondsen ook niet meer rekening te houden met dekkingsgraden. Pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en beleggen. De verplichtstelling blijft behouden. Zij houden daarmee de mogelijkheid om efficiënt goede rendementen te halen, binnen acceptabele risico’s.

Verbeterde premieregeling

Vakbonden en werkgevers kunnen ook kiezen voor een verbeterde premieregeling (WVP+) als pensioenvoorziening. Deze regeling kent een onderscheid tussen de periode vóór pensionering en vanaf pensionering. Vóór pensionering gaat het om individuele potjes. Bij pensionering wordt een pensioenuitkering ingekocht bij een pensioenverzekeraar of in een collectieve beleggingsportefeuille.

Overgang

De nieuwe regels gaan gelden voor alle pensioenen. Om ervoor te zorgen dat de overgang eerlijk verloopt, wordt goed gekeken hoe de regeling voor verschillende groepen uitpakt. Je krijgt inzicht in de hoogte van je verwachte pensioen vóór en na de overgang. Bij eventueel nadeel word je gecompenseerd. Pensioenfondsen moeten uiterlijk per 1 januari 2026 over naar het nieuwe stelsel.

AOW-leeftijd

In het pensioenakkoord zijn ook afspraken gemaakt over het tempo waarmee de AOW-leeftijd omhooggaat. In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Hierna stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd niet 1 jaar per jaar dat je langer leeft, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar meer in balans.

Nog niet alles is concreet, maar op weg naar 1 januari 2026 zal er steeds meer duidelijk worden over het pensioenstelsel. We houden je op de hoogte.

Heb je een vraag over pensioen? Neem dan contact met ons op.

< terug naar overzicht